Pensioenakkoord

Pensioenakkoord tussen kabinet en sociale partners

Op 4 juni 2011 heeft het kabinet met de werkgeversorganisaties en vakbonden overeenstemming bereikt over de toekomst van het pensioenstelsel en het langer gezond kunnen doorwerken. De belangrijkste afspraken houden het volgende in: de AOW-leeftijd gaat in 2020 omhoog naar 66 en naar verwachting in 2025 naar 67 jaar; het AOW-pensioen gaat vanaf 2013 tot 2028 met 0,6% extra omhoog boven de gebruikelijke indexatie; er komt een flexibele AOW wat betreft het moment om te stoppen met werken (eerder dan met 66 jaar stoppen betekent een 6,5% lagere AOW-uitkering, later stoppen dan met 66 jaar betekent een 6,5% hogere uitkering); de premies voor aanvullende pensioenen (pensioen uit dienstverband) worden stabieler; door cao-afspraken wordt het voor oudere werknemers makkelijker gemaakt om door te werken. Het pensioenakkoord leidt tot diverse aanpassingen van het op 10 mei 2011 ingediende wetsvoorstel Wet verhoging pensioenleeftijd naar 66 jaar. Belangrijke aanpassingen betreffen de ongedaanmaking van de in het wetsvoorstel voorgestelde verlaging van de opbouwpercentages voor pensioenen gebaseerd op de eindloonregeling (van 2% naar 1,75%) en de middelloonregeling (van 2,25% naar 2%) en de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar in 2025