Geringe mate van onderbetaling niet meer beboet

(10 oktober 2011)
De Arbeidsinspectie zal uit praktische overwegingen een ‘geringe mate van onderbetaling’ niet meer beboeten. Dat schrijft minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer. Werknemers die een klein beetje worden onderbetaald, moeten zelf of met hulp van de vakbond een civiele procedure starten om achterstallig loon te vorderen, aldus Kamp.
Volgens de minister is dit 'een praktische oplossing die veel tijdwinst oplevert en het mogelijk maakt om in meer bedrijven de naleving van de wet te controleren'. Bovendien heeft de inspectie zo meer tijd om de 'grovere vormen van onderbetaling' aan te pakken, schrijft hij.
De stap van Kamp houdt verband met een nieuwe berekeningswijze waarbij hij uitgaat van een veertigurige werkweek bij controles op het minimumloon. Als een meer gebruikelijke werkweek van 38 uur aangehouden zou worden, resulteert dat in een hoger uurloon doordat het maandelijkse salaris in minder uren verdiend moet worden. Het lagere uurloon wordt nu ook gebruikt als basis om te bepalen wat iemand behoort te verdienen bij een werkweek van bijvoorbeeld twaalf of twintig uur. In de Kamer en bij de drie vakcentrales FNV, CNV en MHP leven bezwaren om bij de handhaving van de Wet minimumloon uit gemaksredenen uit te gaan van een standaard arbeidsduur van veertig uur. Maar volgens de minister wordt zo voorkomen dat de Arbeidsinspectie ‘onevenredig veel inspectietijd’ moet besteden aan het vaststellen van de normale arbeidsduur zoals is vastgesteld in de cao.