Nederland is geen belastingparadijs

(17 februari 2012)
Staatssecretaris Weekers van Financiën neemt afstand van kwalificaties zoals "Nederland is een belastingparadijs". Dat heeft hij gezegd tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer over het fiscaal verdragsbeleid van Nederland.
Weekers: "Nederland heeft geen slechte reputatie. Een jaar of twaalf geleden heeft Nederland even in het verdachtenbankje gestaan van de Europese Primarolo-werkgroep on harmful taxation. Naar aanleiding daarvan is de ruling praktijk aangepast en is ook een aantal substance-eisen in de wet terechtgekomen, namelijk in artikel 8c van de Wet op de vennootschapsbelasting. Je kunt natuurlijk van mening verschillen over het antwoord op de vraag of die substance-eisen wel afdoende zijn. Dat zal door de politieke partijen verschillend worden gewogen. Door een van mijn ambtsvoorgangers zijn substance-eisen voor dienstverleningslichamen opgenomen. Vandaag de dag lopen wij echter internationaal echt in de pas. Onze praktijk ligt niet onder vuur. Ik wil dan ook met klem afstand nemen van kwalificaties die Nederland in het rijtje van belastingparadijzen plaatsen. Wij hebben op dit moment geen slechte reputatie. Laten wij niet ons eigen nest bevuilen. Ik vind het uitermate kwalijk als het eigen nest wordt bevuild en het aantrekkelijke vestigingsklimaat van Nederland daardoor wordt geschaad. De heer Groot heeft daarop gewezen; ik was blij met zijn genuanceerde benadering. Je kunt van mening verschillen over het antwoord op de vraag of de substance-eisen voor bepaalde zaken wel voldoende zijn.
Daar zullen wij met elkaar nog een goede discussie over voeren, maar zet Nederland alsjeblieft niet op een lijstje waar het totaal niet thuishoort. Dat schaadt Nederland en dat schaadt uiteindelijk ook de werkgelegenheid in Nederland. Er zijn partijen in dit huis die zich terecht druk maken over werkgelegenheid, maar laten wij vervolgens niet het kind met het badwater weggooien door ons eigen nest te bevuilen. Laten wij de discussie op basis van
zakelijke gronden en feiten voeren.”